Het werken met kernconcepten is een andere aanpak van het onderwijs in de vakgebieden aardrijkskunde, geschiedenis en natuur en techniek. Deze aanpak sluit meer aan bij de beleving van kinderen en hun natuurlijke drang tot ontdekken. Werken met kernconcepten is een projectmatige aanpak van het onderwijs. Gedurende zo’n 6 weken staat van groep 1 t/m 8 een kernconcept centraal. Het kernconcept biedt leerlingen een kader voor allerlei inzichten en begrippen die ze nodig hebben om de wereld om hen heen te kunnen begrijpen. 

In een afwisselende leeromgeving krijgen kinderen ruimte voor eigen invullingen en leervragen op hun eigen niveau. Hiermee komen we tegemoet aan de verschillen van kinderen. Dit betekent niet dat leerkrachten het aan de leerlingen overlaten wat ze leren. Leerkrachten hebben een belangrijke taak om de belangstelling en nieuwsgierigheid op te wekken door doelgericht een actieve leeromgeving te creëren. Uitgangspunt daarbij is: wat willen we kinderen leren. De leerkracht heeft bij het werken met kernconcepten de rol van ontwerper, begeleider en coach.

In de onder- en middenbouw leren leerlingen de wereld om hen heen (en daarbuiten) te verkennen. De nadruk ligt op het via spelelementen ontdekken van de omgeving. In de bovenbouw wordt toegewerkt naar het verwerven van kennis en inzichten door te werken aan kernopdrachten. Er wordt bij voorkeur groepsoverstijgend gewerkt. Dit betekent dat meerdere groepen leerlingen activiteiten doen in diverse ruimtes binnen en buiten de school: hoeken, lokalen, speelzaal, buitenterrein, excursie. Leerkrachten zijn gezamenlijk verantwoordelijk voor alle leerlingen.

De kernconcepten voldoen aan alle kerndoelen voor de vakgebieden van ‘oriëntatie op jezelf en de wereld’ en komen steeds in een tweejaarlijks proces allemaal aan bod. De onderwerpen zijn:

  • Kernconcepten Natuur en Techniek: energie, materie, groei en leven, evenwicht en kringloop
  • Kernconcepten Mens en Samenleving: macht, binding, communicatie, tijd en ruimte


Het werken met kernconcepten is een projectmatige manier van werken. Hierdoor kiezen we voor dynamische manieren van beoordelen in de vorm van portfolio, een werkstuk, spreekbeurt en/of presentaties.